Wat ik zie vangt Emme hier in woorden. Emme speelt met
wat ik denk, voel en beleef. Niets is verzonnen, wat niet wil zeggen dat alles waar is. Alles is waar, wat niet wil zeggen dat niets verzonnen is. Lees mij zoals Emme schrijft: met serieuze ogen, maar altijd met een glimlach om de mond.

Franse was

Franse_was_2_2

Schoolonderzoek

Bram van 12 tegen Suze van 14: "Zitten er op het Jordan College stomme leraren?"

Leraar_83881b

Daar gaat ze...

Flamingo2_2 Fly_away_3

Koninginnedag in Rincon

Ondanks het drama in Apeldoorn ging, net als in Amsterdam, op Bonaire het Koninginnedagfeest gewoon door. Op 30 april flaneren toeristen en lokale bewoners gemoedelijk door de warme straten van Rincon. Een praatje, een hapje, een dansje, een drankje. Zien en gezien worden. En met Caribisch geduld wachten op de grote optocht.
(om de mensen echt goed te kunnen bekijken, klik op de foto)

Rin7

Rin5_2 Rin6_4 Rin11 Rin14 Rin3_2 Rin12 Rin10 Rin9 Rincon25 Rincon17 P4300053 Rin2 Rin8

Zonnig logje

Ik zou wel een opgewerkter zonnig logje willen schrijven
- over de dans van de ramenwasser bijvoorbeeld, of over
een dapper diep duikende dochter - maar helaas, ik heb geen tijd. Ik moet achterstallig werk wegwerken, aanzwellende rommel opruimen, een ja-woord bijwonen, nog wat mensen zien en spreken, een zonnebril kopen en mijn koffer pakken. Een zonnig logje houden jullie dus tegoed.

Zonnebril

Zonnetje

Het lentezonnetje komt mij ongelegen, als de komst van een lang afwezige vriend die plotseling op de stoep staat terwijl je ongewassen en met bonkende koppijn in je nest ligt.
Ik zit er wel in, in het zonnetje, zoals het hoort, met een boek en ontblote schouders, maar echt vrolijker word ik er niet van. Zomers warm is het, maar toch niet warm genoeg om mijn binnenkou te doen verdwijnen. Binnenkou van kille tegenwind.Tegenwind die niet eens mij maar anderen, mensen van nabij, fel in het gezicht striemt. Ik vang slechts vlagen zijwind. Van de heerlijke lentedag raak ik alleen maar meer van slag, omdat ik vandaag niet - zoals ieder ander - vrolijker word van een zonnetje zo fraai als deze.

En dan gaan we ook nog naar een feestje.

Het huiskamerfeestje kent een moeizame start, al was het maar omdat ik zelf nergens over praten wil en geen moeite doe de voorzichtig aanvangende gesprekjes gaande te houden. Met een glas in de hand sta ik bij de openslaande tuindeuren ongemakkelijk in een mensenkringetje. De tafel met olijven, dadels en brokken Turks brood geeft enig houvast.
Maar een uurtje later is het best gezellig. We krijgen soep - van tomaten en toch feestelijk - en we praten over films.
Daar kom ik wel van los.

Maar dan komt zij. Ze is erger dan de lentezon.

Op bijna alle vriendenfeestjes duikt ze op. Altijd als het feest al uren gaande is verschijnt ze wervelend ten tonele. Energiek en stralend als een trillende zomerzon. Dit keer in een bloemig jurkje, het haar kittig kort, de ogen vol twinkeling. Altijd is ze vrolijk. Altijd. Ook vandaag. Altijd met die lach en die eeuwige opgewektheid in haar stem. Ik geloof je niet, sist het koud in mijn hoofd, omdat ik vandaag niet - zoals ieder ander - vrolijk kan worden van een zonnetje zo fraai als deze.

Als een dief in de nacht verlaat ik het feest.

Thuis tref ik een sfeer die me beter past. In de huiskamer ligt mijn zoon met zijn beste vriend en twee zakken chips onderuit gezakt op de bank. Buiten is het nog niet donker, maar de gordijnen zijn al dicht. In de kamer hangt de geur van dorito's en puberjongens. Ze kijken naar een film waarin grauwe mannen met vuile baarden en dikke neuzen elkaar met speren en bijlen meedogenloos te lijf gaan. Donkere bombastische muziek begeleidt de woeste doodstrijd. Boven vind ik mijn dochters rommelig op een onopgemaakt bed. Loom kijken ze naar The X-Factor. Ik wring me tussen hen in.
Morgen is het weer bewolkt.
Lekker.

Zonnetje

Visserslandschap

Essaouera12_2 Essaouera2

Essaouera6_4

Essaouera4_5

Essaouera1_4 Essaouera7_5 Essaouera8_4

Op kamers

We hebben nieuwe gordijnen.
'Wat zal ik met de oude doen?'
'Bewaren voor als ik op kamers ga', roept dochter met brede glimlach. Het klinkt onwaarschijnlijk maar is dichterbij dan mijn volgende verjaardag. Dochterlief kijkt er reikhalsend naar uit, met een naief enthousiasme dat ik af en toe, ter bescherming, stevig probeer te temperen.
'Dat zal je nog tegenvallen, op kamers gaan', waarschuw ik maar weer eens.
'Nee, hoor'.
'Zo helemaal alleen', schets ik de op-kamers-realiteit.
'Ik ben niet alleen', weet dochter zeker. Dan nadenkend: 'Maar ik wil niet in zo'n studentenhuis. Daar is het altijd zo smerig'.
Ze denkt verder.
'En ik kom nog wel thuis natuurlijk'.
Ze denkt door.
'Met de was'.
Ze denkt ver door.
'En de afwas'.

Was