Het lentezonnetje komt mij ongelegen, als de komst van een lang afwezige vriend die plotseling op de stoep staat terwijl je ongewassen en met bonkende koppijn in je nest ligt.
Ik zit er wel in, in het zonnetje, zoals het hoort, met een boek en ontblote schouders, maar echt vrolijker word ik er niet van. Zomers warm is het, maar toch niet warm genoeg om mijn binnenkou te doen verdwijnen. Binnenkou van kille tegenwind.Tegenwind die niet eens mij maar anderen, mensen van nabij, fel in het gezicht striemt. Ik vang slechts vlagen zijwind. Van de heerlijke lentedag raak ik alleen maar meer van slag, omdat ik vandaag niet - zoals ieder ander - vrolijker word van een zonnetje zo fraai als deze.
En dan gaan we ook nog naar een feestje.
Het huiskamerfeestje kent een moeizame start, al was het maar omdat ik zelf nergens over praten wil en geen moeite doe de voorzichtig aanvangende gesprekjes gaande te houden. Met een glas in de hand sta ik bij de openslaande tuindeuren ongemakkelijk in een mensenkringetje. De tafel met olijven, dadels en brokken Turks brood geeft enig houvast.
Maar een uurtje later is het best gezellig. We krijgen soep - van tomaten en toch feestelijk - en we praten over films.
Daar kom ik wel van los.
Maar dan komt zij. Ze is erger dan de lentezon.
Op bijna alle vriendenfeestjes duikt ze op. Altijd als het feest al uren gaande is verschijnt ze wervelend ten tonele. Energiek en stralend als een trillende zomerzon. Dit keer in een bloemig jurkje, het haar kittig kort, de ogen vol twinkeling. Altijd is ze vrolijk. Altijd. Ook vandaag. Altijd met die lach en die eeuwige opgewektheid in haar stem. Ik geloof je niet, sist het koud in mijn hoofd, omdat ik vandaag niet - zoals ieder ander - vrolijk kan worden van een zonnetje zo fraai als deze.
Als een dief in de nacht verlaat ik het feest.
Thuis tref ik een sfeer die me beter past. In de huiskamer ligt mijn zoon met zijn beste vriend en twee zakken chips onderuit gezakt op de bank. Buiten is het nog niet donker, maar de gordijnen zijn al dicht. In de kamer hangt de geur van dorito's en puberjongens. Ze kijken naar een film waarin grauwe mannen met vuile baarden en dikke neuzen elkaar met speren en bijlen meedogenloos te lijf gaan. Donkere bombastische muziek begeleidt de woeste doodstrijd. Boven vind ik mijn dochters rommelig op een onopgemaakt bed. Loom kijken ze naar The X-Factor. Ik wring me tussen hen in.
Morgen is het weer bewolkt.
Lekker.
Laatste reacties